Maar Nicole, iedereen heeft toch sterke en minder sterke punten?

Ja, natuurlijk. Iedereen heeft sterke en minder sterke punten. Niemand is overal even goed in en ieder mens heeft een eigen profiel van sterke en kwetsbare kanten. Maar dat betekent niet dat ieder verschil even groot is.
Bij scheefbegaafdheid gaat het niet alleen om het feit dát je ergens goed in bent en ergens anders minder goed in. Het gaat erom dat de verschillen binnen jouw profiel zo groot zijn dat ze daadwerkelijk voelbaar worden in je dagelijks leven. Op school, in je werk, tijdens een re-integratietraject, in relaties of simpelweg in de manier waarop je jezelf door de dag heen probeert te organiseren.
Juist doordat iedereen wel iets heeft waar hij minder goed in is, wordt een uitgesproken scheef profiel gemakkelijk gebagatelliseerd.
Iedereen vindt toch wel iets moeilijk?
Iedereen heeft toch sterke en zwakke kanten?
Iedereen loopt toch weleens vast?
Dat klopt. Maar niet iedereen loopt in dezelfde mate vast. En precies doordat dit verschil zo gemakkelijk wordt weggewuifd, krijgen mensen met een sterk scheef profiel vaak pas laat hulp. Of helemaal niet. Hun omgeving ziet niet hoe groot de verschillen werkelijk zijn, maar vaak zien zij dat zelf ook niet.

Wanneer wordt een verschil betekenisvol?
Dat werkt eigenlijk bij bijna ieder label zo. Ook bij veel DSM-classificaties is het niet zo dat de ene persoon een bepaalde eigenschap volledig heeft en een ander die eigenschap helemaal niet.
Veel eigenschappen komen in meer of mindere mate bij bijna iedereen voor. Iedereen is weleens afgeleid. Iedereen heeft behoefte aan voorspelbaarheid. Iedereen voelt zich soms sociaal onzeker of raakt overprikkeld.
We geven er pas een naam aan wanneer iemand daarin duidelijk afwijkt van het gemiddelde en wanneer die eigenschappen gevolgen hebben voor het functioneren, het welzijn of de ontwikkeling. Zo zie ik scheefbegaafdheid ook.
Iedereen heeft een enigszins ongelijk profiel. Maar bij sommige mensen zijn de pieken en dalen veel groter. Hun sterke en minder sterke kanten liggen verder uit elkaar dan bij de meeste andere mensen.
Dat kan heel mooie kwaliteiten opleveren. Iemand kan uitzonderlijk snel verbanden leggen, complexe ideeën doorzien, creatief denken of een sterk ruimtelijk inzicht hebben. Tegelijkertijd kunnen andere dingen juist opvallend moeizaam verlopen.
Je kunt ingewikkelde concepten razendsnel begrijpen, maar moeite hebben om de tafels te automatiseren. Je kunt diep nadenken en originele oplossingen bedenken, maar woordjes stampen lukt nauwelijks. Je kunt precies weten wat je wilt zeggen, maar het niet op tijd op papier krijgen. Je kunt cognitief ver vooruitlopen en toch vastlopen op plannen, beginnen, schakelen, bewegen of het uitvoeren van dagelijkse handelingen. Dit komt doordat sommige processen bij jou veel minder automatisch verlopen.
De scheefheid wordt zichtbaar in het dagelijks leven
Voor mij begint scheefbegaafdheid daarom op het moment dat jouw profiel werkelijk iets gaat betekenen in de verhouding tussen jou en de wereld om je heen.
Misschien sluit jouw manier van leren niet aan bij het onderwijs. Je kunt de moeilijke vragen beantwoorden, maar haalt slechte cijfers doordat je de basisvaardigheden niet voldoende geautomatiseerd krijgt. Je weet veel, maar kunt dat niet laten zien op de manier waarop school het van je vraagt.
Misschien krijg je op je werk of tijdens een re-integratietraject steeds adviezen die voor andere mensen logisch lijken, maar die bij jou totaal niet werken. Misschien kun je op hoog niveau meedenken, maar kost het je enorm veel energie om je administratie op orde te houden, een planning te volgen of routinematige taken uit te voeren.
Misschien begrijpen andere mensen niet hoe je het ene zo goed kunt en bij iets ogenschijnlijk eenvoudigs volledig vastloopt.
Dan gaat het niet meer over een klein verschil in voorkeur of talent. Dan heeft de ongelijkheid binnen je profiel gevolgen voor de kansen die je krijgt, de verwachtingen die anderen van je hebben en het beeld dat je van jezelf ontwikkelt.
‘Iedereen heeft wel iets’ kan hulp tegenhouden
Wanneer je jarenlang hoort of tegen jezelf zegt dat iedereen wel iets heeft, ga je je eigen behoeften gemakkelijk wegdrukken.
Je denkt dat je je niet moet aanstellen. Dat andere mensen het ook zwaar hebben. Dat je gewoon beter je best moet doen. Dat je je moet aanpassen aan wat kennelijk normaal is. Daardoor vraag je geen hulp. Of je vraagt pas hulp wanneer je al volledig bent vastgelopen.
Soms weet je op dat moment zelf nauwelijks meer waar je hulp bij nodig hebt. Je bent zo gewend geraakt aan aanpassen, compenseren en maskeren dat je het zicht bent kwijtgeraakt op je eigen profiel.
Je weet niet meer wat werkelijk bij je past. Je weet alleen dat veel dingen je meer energie kosten dan ze volgens anderen zouden moeten kosten.
Dat is een van de verraderlijke kanten van scheefbegaafdheid. Je sterke kanten kunnen je kwetsbaarheden lange tijd verbergen. Je intelligentie, creativiteit of doorzettingsvermogen helpen je om te compenseren. Daardoor lijk je het misschien nog behoorlijk goed te doen, terwijl je vanbinnen steeds verder uitgeput raakt.
En omdat je op bepaalde gebieden zoveel kunt, verwachten anderen dat je de rest ook wel moet kunnen. Maar zo werkt een scheef profiel nu juist niet.
Wanneer relativeren bagatelliseren wordt
Veel opmerkingen klinken op zichzelf redelijk. Toch kunnen ze ervoor zorgen dat grote verschillen binnen een begaafdheidsprofiel niet worden gezien.
| Wat iemand hoort of denkt | Wat er werkelijk kan spelen |
|---|---|
| “Iedereen vindt wel iets moeilijk.” | Sommige taken kosten iemand structureel en buitenproportioneel veel energie, ondanks grote capaciteiten op andere gebieden. |
| “Je bent slim genoeg, dus je kunt dit ook.” | Een hoge cognitieve capaciteit betekent niet dat automatiseren, plannen, schrijven, bewegen of uitvoeren even sterk ontwikkeld zijn. |
| “Je moet gewoon beter leren plannen.” | Plannen kan juist een kwetsbaar onderdeel van het profiel zijn en vraagt soms om concrete ondersteuning. |
| “Iedereen moet zich weleens aanpassen.” | Voortdurend aanpassen en compenseren kan uitlopen op maskeren, uitputting en het contact met de eigen behoeften verliezen. |
| “Maar je haalt toch goede resultaten?” | Sterke kanten kunnen kwetsbaarheden jarenlang verbergen. Goede resultaten zeggen niet hoeveel energie iemand daarvoor verbruikt. |
| “Je hoeft niet overal goed in te zijn.” | Het probleem is niet dat iemand imperfect is. Het gaat om de grootte van de verschillen en de gevolgen daarvan voor het dagelijks leven. |
Iedereen heeft sterke en minder sterke punten. Maar wanneer de afstand ertussen groot wordt en iemand daardoor vastloopt, is het belangrijk om het profiel niet langer te bagatelliseren.
Je hebt geen diagnose of IQ-test nodig
Sommige mensen weten al dat zij een sterk ongelijk profiel hebben. Misschien is uit een intelligentieonderzoek gebleken dat er grote verschillen tussen de verschillende onderdelen bestaan. Misschien weet je dat je hoogbegaafd bent en heb je daarnaast een diagnose als ADHD, dyslexie of DCD gekregen.
Dan is het vaak gemakkelijker om te zien dat er meer aan de hand is dan een paar gewone sterke en zwakke punten.
Je ziet dan bijvoorbeeld dat je cognitief een aantal zeer hoge pieken hebt, terwijl bepaalde executieve, motorische of talige vaardigheden veel minder vanzelfsprekend zijn. Je begrijpt de theorie, maar krijgt de uitvoering niet georganiseerd. Je kunt complexe problemen oplossen, maar loopt vast op automatiseren, schrijven, plannen of bewegen.
Maar je hebt geen diagnose, label of IQ-test nodig om jezelf in scheefbegaafdheid te herkennen. Scheefbegaafdheid is geen beschermde titel en ook geen formele classificatie. Het is in de eerste plaats een manier om naar je eigen ontwikkeling te kijken.
Herken je dat jouw sterke en kwetsbare kanten zo ver uit elkaar liggen dat je daardoor niet goed mee kunt komen? Voel je je regelmatig niet gezien, omdat mensen maar één kant van je profiel herkennen? Loop je vast in systemen die ervan uitgaan dat iemand die het ene goed kan, het andere ook moet kunnen? Ben je voortdurend aan het maskeren en aanpassen geraakt? Dan kan het zinvol zijn om jouw scheefheid serieus te onderzoeken.
Waarom het belangrijk is om je profiel te kennen
Het doel daarvan is niet om jezelf zielig te verklaren. Het gaat er ook niet om dat een scheef profiel goed of slecht zou zijn. Het gaat erom dat je helder krijgt wie je bent.
Waar liggen je werkelijke sterke kanten? Welke dingen gaan bij jou minder automatisch? Waar heb je meer ondersteuning nodig? Waar word je juist veel te weinig uitgedaagd? Welke verwachtingen passen niet bij jouw profiel? En hoeveel energie kost het je om te functioneren alsof jouw ontwikkeling veel gelijkmatiger is dan zij werkelijk is?
Wanneer je dat beter begrijpt, kun je gerichter zoeken naar manieren van leren, werken en leven die wél bij je passen.
Je kunt ondersteuning vragen zonder je daarvoor te schamen. Je kunt stoppen met jezelf te beoordelen op vaardigheden die bij jou nu eenmaal niet vanzelf gaan. En je kunt je sterke kanten veel bewuster ontwikkelen en inzetten.
Het in kaart brengen van een scheef profiel is daarom geen oefening in tekortdenken. Het is juist een voorwaarde om iemand werkelijk tot zijn recht te laten komen.
Maar waaraan herken je scheefbegaafdheid?
Daarmee ontstaat natuurlijk een volgende vraag. Want het is gemakkelijk om te zeggen dat iemand zichzelf erin mag herkennen. Maar waarin herken je jezelf dan precies?
Bij hoogbegaafdheid bestaan allerlei modellen met zijnskenmerken, gevoeligheden en overprikkelbaarheden. Zulke kenmerken kunnen houvast bieden. Ze laten zien dat hoogbegaafdheid niet alleen gaat over een hoge score, maar ook over hoe iemand denkt, voelt en de wereld ervaart.
Misschien zijn er ook kenmerken die vaker voorkomen bij mensen met een sterk scheef ontwikkelingsprofiel.
Niet iedereen die scheefbegaafd is, is hoogbegaafd. En niet alles wat bij hoogbegaafdheid, ADHD, autisme, dyslexie of DCD hoort, is automatisch een kenmerk van scheefbegaafdheid.
Toch lijken er ervaringen te zijn die bij veel verschillende scheve profielen terugkomen. Het voortdurende contrast tussen veel begrijpen en iets toch niet kunnen uitvoeren. Grote behoefte aan betekenis, maar vastlopen op routinematige taken. Een intense nieuwsgierigheid, gecombineerd met moeite met automatiseren, plannen of schakelen. Het gevoel dat andere mensen steeds maar één kant van je zien: óf je talent, óf je kwetsbaarheid, maar zelden het hele profiel. Daar wil ik verder naar kijken.
Welke kenmerken horen werkelijk bij scheefbegaafdheid in het algemeen? Welke kenmerken horen vooral bij een specifieke vorm van neurodivergentie? En welke ervaringen horen misschien vooral bij mijn eigen profiel?
Want jezelf herkennen in een verhaal kan enorm waardevol zijn. Maar daarvoor moet er eerst een verhaal bestaan waarin je jezelf kúnt herkennen.