Neurodiversiteit

Huishouden en neurodiversiteit: waarom simpele taken soms helemaal niet simpel zijn

Je kunt ingewikkelde theorieën begrijpen, moeilijke problemen oplossen, creatief denken, een universitaire opleiding afronden of bij wijze van spreken rocket science bedrijven — en ondertussen volledig vastlopen op een keuken die opgeruimd moet worden.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Toch is het dat helemaal niet.

Huishoudelijke vaardigheden doen een beroep op heel andere functies dan intelligentie. Je moet kunnen beginnen, een volgorde aanbrengen, schakelen tussen handelingen, dingen automatiseren, je aandacht ergens bij houden en soms ook nog behoorlijk wat motorische handelingen uitvoeren. En juist daar kunnen bij verschillende neurodivergente profielen kwetsbaarheden zitten.

Bij ADHD kan huishouden bijvoorbeeld lastig zijn door problemen met taakinitiatie, aandacht en executieve functies. Bij autisme kunnen weer andere dingen meespelen. Bij DCD kunnen motorische handelingen en het automatiseren daarvan extra inspanning kosten. Ook hoogbegaafdheid beschermt je bepaald niet automatisch tegen dit soort problemen. Zeker bij een scheef profiel kun je op sommige gebieden uitzonderlijk sterk zijn en op andere gebieden opvallend veel moeite hebben.

Niet iedereen heeft hier natuurlijk last van. Maar als jij dat wel hebt, zegt het heel weinig over hoe slim, volwassen of zelfstandig je bent.

Waarom kost iets simpels zoveel energie?

Ik weet zelf hoe vreemd het kan voelen als je als volwassene ergens naar kijkt waarvan je rationeel allang weet hoe het moet, maar wat toch nooit echt vanzelf is gaan. Je weet hoe je een keuken opruimt. In theorie. Maar als je ervoor staat, moet je alsnog denken: oké, waar begin ik?

Voor iemand anders is het misschien één geautomatiseerd programma: keuken opruimen. Diegene begint en het ene lokt als vanzelf het volgende uit. Voor jou kan “de keuken opruimen” bestaan uit twintig losse beslissingen. Wat moet eerst? Moet ik eerst de vaatwasser uitruimen of de vieze vaat verzamelen? Waar moet dit ding eigenlijk heen? Zal ik eerst het aanrecht schoonmaken? Nee, dan moeten die spullen er eerst af. Maar waar laat ik die dan?

Nog voordat je begonnen bent, ben je al moe.

Als automatiseren niet vanzelf gaat

Een belangrijke factor kan zijn dat eenvoudige handelingen minder goed automatiseren. Normaal gesproken worden veel dagelijkse taken na verloop van tijd routine, je hoeft niet iedere afzonderlijke stap meer bewust te bedenken. Maar wat als dat proces bij jou veel minder sterk gebeurt? Dan kan het voelen alsof je iedere keer opnieuw een klein draaiboek moet maken. Je hebt iets misschien honderd keer gedaan en toch voelt de honderd-en-eerste keer niet volledig vanzelfsprekend.

Dat kost cognitieve energie, veel meer dan mensen van buitenaf vaak zien. En het vervelende is: omdat iedereen zegt dat dit “simpele dingen” zijn, ga je misschien ook nog denken dat er iets mis met je is omdat jij er zoveel moeite voor moet doen. Terwijl de taak voor jouw brein gewoon helemaal niet zo simpel is opgebouwd.

Wil je hier meer over lezen? In mijn artikel Hoogbegaafdheid en automatiseren: als simpele taken veel energie kosten ga ik uitgebreider in op hoe het kan dat juist eenvoudige, routinematige handelingen bij sommige hoogbegaafde mensen opvallend veel bewuste aandacht blijven vragen.

Weten wat je moet doen is iets anders dan het kunnen uitvoeren

Huishouden doet ook enorm veel beroep op executieve functies. Je moet een taak starten, bedenken wat de eerste stap is, de volgorde vasthouden, niet halverwege volledig afgeleid raken, kunnen schakelen, en kunnen stoppen wanneer iets voldoende gedaan is. En dat kan allemaal op verschillende manieren misgaan.

De één krijgt zichzelf überhaupt niet zover om te beginnen. Als diegene eenmaal bezig is, gaat het prima. Een ander begint de afwas, ziet vervolgens iets dat naar de slaapkamer moet, loopt naar de slaapkamer, ziet daar was liggen, begint de was uit te zoeken en ontdekt een halfuur later dat de keuken er nog precies zo bij staat. En weer iemand anders begint met schoonmaken en kan vervolgens moeilijk stoppen: twee uur later worden ineens de voegen met een tandenborstel schoongemaakt terwijl het oorspronkelijke plan alleen was om even het aanrecht af te nemen.

Dat zijn heel verschillende problemen, ook al ziet het eindresultaat er van buiten misschien hetzelfde uit: het huishouden loopt niet lekker.

Soms is het ook gewoon motorisch moeilijk

Bij sommige mensen speelt er nog iets anders: de handelingen zelf zijn lastig. Bij DCD kan bijvoorbeeld niet alleen sport of fietsen moeilijker zijn, ook allerlei dagelijkse handelingen kunnen meer bewuste aandacht vragen. Een dekbed in een hoes krijgen. Iets netjes schoonmaken. Groenten snijden. Kleding aantrekken. Een knoop dichtmaken. Dingen dragen zonder dat er ergens iets vanaf valt.

Als zo’n handeling voor jou motorisch meer inspanning vraagt, kost een huishoudelijke taak automatisch meer energie. Ook hier geldt weer: wat voor de één bijna zonder nadenken gebeurt, kan voor een ander een behoorlijk ingewikkelde serie bewegingen zijn.

Sensorische belasting telt ook mee

Soms is het probleem niet alleen wat je moet doen, maar ook hoe de taak voelt. De stofzuiger maakt lawaai. Schoonmaakmiddel ruikt sterk. Je handen worden nat. Je raakt etensresten aan. De vaat voelt vettig. Een nat doekje geeft een vervelend gevoel. Misschien word je warm van schoonmaken of vind je bepaalde bewegingen gewoon onprettig.

Als je gevoelig bent voor geluid, geur, aanraking of andere prikkels, kan een huishoudelijke taak daardoor veel zwaarder worden dan hij van buitenaf lijkt. Dan is het dus niet zo gek dat je brein denkt: liever niet.

Het kan helpen om ook daar praktisch naar te kijken. Handschoenen gebruiken. Een ander schoonmaakmiddel proberen. Een stillere stofzuiger. Muziek of juist oordoppen. Taken verdelen over meerdere momenten. Je hoeft jezelf niet per se te leren verdragen wat je verschrikkelijk vindt als je de taak ook gewoon prettiger kunt maken.

En dan moet je ook nog zin krijgen om eraan te beginnen

Daarnaast zijn huishoudelijke taken natuurlijk niet altijd bijzonder interessant. Dat klinkt bijna te simpel, maar motivatie speelt wel degelijk mee. Sommige breinen springen nu eenmaal makkelijker aan op nieuwigheid, complexiteit, urgentie, nieuwsgierigheid of iets waar je persoonlijk betekenis in ziet.

Een briljant idee uitwerken? Ja. Voor de vierde keer deze week dezelfde kopjes in dezelfde kast zetten? Mwah.

Je kunt best weten dat het moet gebeuren en zelfs blij zijn wanneer je het hebt gedaan, terwijl je brein vooraf werkelijk nul enthousiasme produceert.

Hyperfocus helpt het huishouden meestal ook niet

Daar komt nog iets bij: als je ergens volledig in opgaat, kan de rest van de wereld tijdelijk verdwijnen. Dat herken ik zelf heel goed. Als ik met iets bezig ben waar mijn aandacht volledig naartoe wordt gezogen, kan mijn huis op dat moment ongeveer ophouden te bestaan, niet omdat ik bewust besluit dat het huishouden onbelangrijk is, maar omdat ik het gewoon even niet meer zie. Pas later kom ik weer boven water en denk ik: o ja, er was ook nog een keuken.

Perfectionisme kan je ook volledig blokkeren

Nog zo’n valkuil: het idee dat iets meteen goed moet. Misschien denk je niet: ik ga tien minuten opruimen. Misschien denkt je brein meteen: als ik ga schoonmaken, moet het hele huis schoon. En als je de keuken doet, moet je eigenlijk ook de kastjes afnemen. En de koelkast. En dat ene laatje dat al maanden een chaos is. En als je dan toch bezig bent, moet je eigenlijk ook eindelijk eens uitzoeken wat er allemaal weg kan.

Dan is de taak voordat je begonnen bent alweer gigantisch geworden. Perfectionisme kan ervoor zorgen dat je óf veel te lang doorgaat óf helemaal niet begint. Juist bij huishouden kan “goed genoeg” daarom een hele belangrijke vaardigheid zijn.

Een halfopgeruimde kamer is nog steeds opgeruimder dan een kamer waar je niets hebt gedaan. Alleen de vaatwasser vullen telt ook. Alleen de vloer stofzuigen telt ook. Niet iedere huishoudelijke taak hoeft een project te worden.

Als je minder goed in je vel zit, valt dit vaak als eerste weg

Huishoudelijke vaardigheden zijn bovendien niet iedere dag hetzelfde. Op een goede dag kun je misschien prima opruimen, koken en schoonmaken. Maar zodra je moe, gestrest, overprikkeld of somber bent, worden juist dit soort dingen ineens veel moeilijker.

Dat vind ik belangrijk om te beseffen. Je hoeft niet meteen ernstig depressief te zijn voordat je huishouden begint te verslonzen. Als huishouden sowieso al relatief veel executieve energie van je vraagt, kan het een van de eerste dingen zijn die wegvalt wanneer je belastbaarheid daalt. Wat bij iemand anders nog lang op de automatische piloot doorgaat, vraagt bij jou misschien voortdurend bewuste sturing. En als die sturing tijdelijk minder beschikbaar is, zie je dat snel terug.

Je sociale omgeving speelt ook mee

Er zit trouwens nog een heel menselijke factor in. Als je regelmatig mensen thuis ontvangt, heb je vanzelf externe momenten waarop je opruimt. Maar als je je een tijdje terugtrekt en nauwelijks iemand uitnodigt, valt die structuur weg. Dan kan de grens steeds iets verschuiven. Vandaag hoef je het niet te doen, morgen ook niet, niemand ziet het toch. Totdat je op een gegeven moment om je heen kijkt en denkt: hoe is dit eigenlijk gebeurd?

Jezelf de grond in trappen werkt meestal niet

Mijn ervaring is in ieder geval dat schaamte hier bijzonder slecht bij helpt. “Ik moet dit toch gewoon kunnen.” “Wat ben ik toch lui.” “Iedere normale volwassene houdt zijn huis bij.” Je krijgt er vooral extra stress van, en als je executieve functies onder stress toch al minder goed werken, heb je daarmee precies het tegenovergestelde bereikt van wat je wilde.

Dat betekent niet dat je alles maar moet laten liggen. Ik geloof juist wel in vriendelijk maar consequent naar jezelf kijken, niet met de vraag waarom ben ik zo waardeloos dat dit niet lukt, maar met de vraag wat hier precies niet lukt. Dat is een totaal andere vraag.

Maak van “de keuken opruimen” weer kleine handelingen

Soms ontdek ik dan dat een taak in mijn hoofd nog steeds veel te groot is. “Ik ga de keuken opruimen” klinkt eenvoudig, maar mijn brein heeft daar blijkbaar niet altijd genoeg aan. Dan ga ik rustig zitten en probeer ik het voor me te zien: eerst verzamel ik de vieze vaat, dan zet ik die bij de vaatwasser, dan haal ik de schone spullen eruit, dan stop ik de vieze spullen erin, dan haal ik de losse spullen van het aanrecht, dan maak ik het aanrecht schoon. Als ik het eenmaal als een soort filmpje voor me heb gezien, lukt het daarna vaak ineens wel.

Voor mij werkt visualiseren goed. Voor iemand anders werkt misschien een geschreven stappenplan, een timer, muziek, samen opruimen, vaste manden, pictogrammen of iedere dag precies hetzelfde kleine rondje. Het principe erachter vind ik belangrijker dan de precieze methode: als iets steeds niet lukt, maak het kleiner totdat je ontdekt waar het vastloopt.

Misschien is het probleem helemaal niet “huishouden”. Misschien is het probleem beginnen. Of keuzes maken. Of spullen geen vaste plek geven. Of de overgang maken van waar je mee bezig bent naar iets anders. Of niet weten wanneer iets goed genoeg is. Dat zijn problemen waar je veel gerichter iets mee kunt.

Pas je omgeving aan je brein aan

En misschien hoeft de oplossing helemaal niet te zijn dat jij beter wordt in een traditioneel huishouden. Je kunt je huis ook aanpassen. Als je steeds vergeet waar iets ligt, leg het dan zichtbaar neer. Als kleding opvouwen ervoor zorgt dat schone was wekenlang in een mand blijft liggen, vraag je dan af hoeveel kleding werkelijk opgevouwen móét worden. Als je altijd rommel verzamelt op één plek, zet daar een mand neer. Als je nooit zin hebt om naar de andere kant van het huis te lopen voor een prullenbak, zet er twee neer.

Soms proberen we onszelf jarenlang een systeem aan te leren dat gewoon niet bij ons past, terwijl een andere inrichting tientallen kleine beslissingen en handelingen kan wegnemen. Dat vind ik eigenlijk een veel interessantere vraag dan hoe krijg ik mezelf zover dat ik eindelijk normaal mijn huishouden doe. Vraag liever: hoe kan ik mijn omgeving zo inrichten dat mijn huishouden makkelijker wordt voor míj? Je huis hoeft niet georganiseerd te zijn volgens de logica van iemand anders.

Misschien moeten je verwachtingen ook omlaag

En dan is er nog iets wat we niet zo graag horen: misschien hoeft je huis simpelweg niet altijd zo netjes te zijn als je vindt dat het zou moeten zijn. Er bestaat nogal een cultureel beeld van hoe een volwassen huishouden eruit hoort te zien. Alles heeft een plek. Geen spullen op tafel. Iedere week stofzuigen. Bed netjes opgemaakt. Was onmiddellijk weggewerkt. Maar hoeveel daarvan is werkelijk noodzakelijk?

Er is natuurlijk een verschil tussen een huis waarin je niet meer prettig of veilig kunt leven en een huis waarin gewoon zichtbaar wordt geleefd. Misschien is jouw norm voor jezelf hoger dan nodig. Zeker als je beperkte energie hebt, betekent energie besteden aan huishouden automatisch dat die energie ergens anders niet naartoe kan. Dan mag je daar keuzes in maken.

Misschien vind je een schone keuken heel belangrijk maar kan het je weinig schelen of je slaapkamer netjes is. Misschien wil je vooral dat je huis hygiënisch is en vind je rommel minder belangrijk. Misschien mag de was best twee dagen in een mand liggen. Dat is geen mislukking. Dat is prioriteren.

En sta ook even stil als het wél lukt

Dit vind ik misschien nog wel de leukste. Als je iets hebt gedaan, ren dan niet onmiddellijk door naar het volgende wat nog niet goed is. Kijk even. De keuken is schoon. Je bed is verschoond. De was ligt in de kast. Je hebt gekookt. Fijn.

Sta daar eens een paar seconden bij stil, niet omdat je jezelf voor iedere gewassen sok een medaille moet geven, maar omdat je brein ook moet kunnen registreren: hé, dit was prettig, dit werkte. Dat tevreden gevoel mag best even blijven hangen.

Misschien wordt de stap daardoor de volgende keer iets vertrouwder. Misschien ontstaat er langzaam meer routine. En misschien wordt iets wat jarenlang voelde als een ondoorgrondelijk volwassen ritueel uiteindelijk toch een beetje van jezelf. Niet omdat je jezelf eindelijk hard genoeg hebt aangepakt, maar omdat je bent gaan begrijpen wat jouw brein nodig heeft om het wél te kunnen.

Hi, I’m Nicole

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *