Maskeren wordt vaak besproken in relatie tot autisme en tegenwoordig ook steeds vaker bij ADHD. Maar volgens mij komt maskeren veel breder voor. Ook hoogbegaafde en scheefbegaafde mensen kunnen zichzelf jarenlang aanpassen, verbergen en corrigeren zonder precies te beseffen wat ze aan het doen zijn.

Dat klinkt misschien vreemd. Hoe kun je nu iets maskeren als je zelf niet eens goed weet wat er onder het masker zit? Toch is dat precies hoe het vaak werkt.

Voordat ik mijn hoogbegaafdheid werkelijk kon accepteren en aan mijn herstel kon beginnen, voelde ik al wel dat ik maskeerde. Ik had alleen geen idee wat ik dan precies maskeerde. Ik wist niet goed wie ik zonder dat masker was, wat ik werkelijk voelde en waarom ik zo uitgeput was geraakt.

Het was bovendien niet alleen iets wat ik voor de buitenwereld verborgen hield. Ik maskeerde het ook voor mezelf.

Pas achteraf werd duidelijker wat er allemaal onder zat: uitputting, vermoeidheid, teleurstelling en het gevoel mezelf onderweg te zijn kwijtgeraakt. Maar tegen de tijd dat je dat zo duidelijk kunt zien, is er vaak al heel veel gebeurd.

Maskeren doe je meestal niet bewust

Bij maskeren denken mensen misschien aan toneelspelen. Alsof je bewust besluit om je anders voor te doen dan je bent. Maar meestal werkt het veel subtieler.

Mensen zijn gericht op verbinding. We willen ergens bij horen, rekening houden met anderen en het contact soepel laten verlopen. We passen ons aan de mensen en omstandigheden om ons heen aan. Dat zijn op zichzelf mooie en menselijke eigenschappen. Zonder aanpassing en verbinding zouden we niet goed met elkaar kunnen samenleven. Maar diezelfde eigenschappen kunnen ons ook in de weg gaan staan.

Je leert welke kanten van jezelf worden gewaardeerd en welke kanten minder goed worden ontvangen. Je merkt wanneer mensen enthousiast op je reageren, wanneer ze teleurgesteld raken en wanneer je gedrag ongemak oproept. Vervolgens ga je jezelf daar bijna automatisch op afstemmen.

Je besluit niet op een ochtend: vanaf vandaag ga ik mezelf maskeren. Je leert het stukje bij beetje.

De verwachting dat je overal ongeveer even goed in bent

Voor scheefbegaafde mensen kan maskeren ontstaan doordat de verschillende kanten van hun profiel niet goed bij elkaar lijken te passen.

Als anderen zien dat je ergens heel goed in bent, gaan ze er gemakkelijk vanuit dat je in andere dingen ook goed zult zijn. Wanneer je ingewikkelde verbanden snel begrijpt, verwachten mensen misschien dat je ook goed kunt plannen. Wanneer je sterk bent met taal, denken ze misschien dat je ook gemakkelijk telefoneert, formulieren invult en mondeling je grenzen aangeeft. Wanneer je een opleiding hebt afgerond, verwachten ze dat je ook zelfstandig je administratie, huishouden en dagelijkse structuur kunt regelen.

Maar zo hoeft een mens helemaal niet in elkaar te zitten.

Je kunt op het ene gebied ver vooruit zijn en op een ander gebied juist veel moeite ervaren. Dat is een belangrijk onderdeel van scheefbegaafdheid. Alleen is onze maatschappij niet erg ingericht op zulke ongelijke profielen. Er wordt vaak verwacht dat je overal min of meer gemiddeld in kunt meekomen.

Je moet productief zijn, afspraken nakomen, sociaal redelijk soepel functioneren, je administratie bijhouden, duidelijk communiceren, niet te veel aandacht vragen en vooral gewoon meedoen.

Niet te veel praten over waar je uitzonderlijk goed in bent, want dan kun je arrogant overkomen. Maar ook niet te veel hulp vragen bij wat je moeilijk vindt, want dan belast je anderen of voldoe je niet aan de verwachtingen. Dus probeer je het zelf op te lossen.

Je sterke kanten gebruiken om je kwetsbaarheid te verbergen

Wanneer je een sterke en een zwakkere kant hebt, is het logisch dat je probeert om met je sterke kant je zwakkere kant op te tillen.

Je gebruikt bijvoorbeeld intelligentie om een gebrek aan overzicht te compenseren. Je bereidt gesprekken tot in detail voor omdat je niet gemakkelijk spontaan kunt reageren. Je analyseert sociale situaties om toch te begrijpen wat er van je wordt verwacht. Je schrijft lijstjes, maakt systemen en controleert alles meerdere keren om te voorkomen dat iemand merkt hoeveel moeite iets je eigenlijk kost. Aan de buitenkant lijkt het dan alsof je het kunt.

Maar dat is niet hetzelfde als dat het je gemakkelijk afgaat. Het is zelfs niet hetzelfde als dat het werkelijk haalbaar voor je is. Je kunt iets misschien jarenlang volhouden doordat je er buitengewoon veel energie, denkwerk en controle in stopt.

Dat kan op overpresteren lijken. Tegelijkertijd kun je op andere gebieden juist onder je mogelijkheden blijven, omdat al je energie opgaat aan het overeind houden van je dagelijks functioneren.

Je kunt dus onder je intellectuele mogelijkheden presteren en tegelijkertijd ver boven je draagkracht functioneren.

Dat is een combinatie die van buitenaf moeilijk te begrijpen is.

Ook je sterke kanten kun je maskeren

Maskeren gaat niet alleen over verbergen waar je minder goed in bent. Je kunt ook maskeren waar je juist wél goed in bent.

Je houdt je in omdat je merkt dat je sneller denkt dan de mensen om je heen. Je doet alsof je een uitleg nog niet begrijpt. Je laat verbanden onbenoemd omdat je niet betweterig wilt overkomen. Je past je taalgebruik aan, maakt je gedachten kleiner of wacht totdat iemand anders hetzelfde idee uitspreekt. Ook dat doe je vaak voor de verbinding.

Je wilt anderen niet het gevoel geven dat ze langzaam zijn. Je wilt niet dat mensen zich geïntimideerd voelen. Je wilt niet opnieuw degene zijn die moeilijk doet, te veel vragen stelt, alles analyseert of het gesprek een richting op stuurt waar de rest niet op zit te wachten.

Zo kan het gebeuren dat je niet alleen je kwetsbaarheid wegdrukt, maar ook je talent. Je sterke kant wordt vooral ingezet om jezelf aan het systeem aan te passen, terwijl diezelfde sterke kant daardoor nooit echt tot bloei kan komen.

Dat is eigenlijk dubbel verlies. Je kwetsbaarheid krijgt geen goede ondersteuning en je talent krijgt onvoldoende ruimte.

Maskeren voor jezelf

Misschien is dit nog wel de ingewikkeldste vorm: dat je niet alleen voor anderen maskeert, maar ook voor jezelf.

Je hebt zo vaak gedaan alsof het goed ging, dat je zelf niet meer merkt dat het niet goed gaat. Je bent zo gewend geraakt aan vermoeidheid dat je die als normaal beschouwt. Je hebt zo vaak over je grenzen heen gewerkt dat je niet meer weet waar die grenzen eigenlijk liggen.

Je kunt jezelf blijven vertellen dat je je niet moet aanstellen, dat iedereen moe is of dat je gewoon wat gedisciplineerder moet zijn. Misschien denk je dat je lui bent, ongemotiveerd, ondankbaar of niet sterk genoeg.

Je merkt niet meer dat je voortdurend op je tenen loopt, omdat op je tenen lopen jouw gewone manier van lopen is geworden.

Dat maakt het zo moeilijk om te ontdekken wat zich onder het masker bevindt. Misschien voel je alleen dat je jezelf bent kwijtgeraakt. Je weet niet meer wat je echt leuk vindt, wat je nodig hebt, waar je boos over bent of wat je eigenlijk van de wereld om je heen vindt.

Soms zit daar verdriet onder. Soms boosheid. Soms teleurstelling, eenzaamheid of het gevoel jarenlang niet werkelijk gezien te zijn. En soms vooral heel veel vermoeidheid.

Wat kun je allemaal maskeren?

Uiteindelijk kun je bijna alles maskeren.

Je kunt verbergen dat je je onbegrepen voelt. Dat je boos bent. Dat je behoefte hebt aan rust, duidelijkheid of ondersteuning. Dat je bepaalde mensen of situaties eigenlijk heel vermoeiend vindt. Dat je veel meer tijd nodig hebt om ergens van te herstellen dan anderen denken.

Je kunt je mening, interesses en behoeftes naar de achtergrond schuiven. Je kunt doen alsof je iets leuk vindt omdat de mensen om je heen het leuk vinden. Je kunt lachen terwijl je je ongemakkelijk voelt of gezellig blijven praten terwijl je eigenlijk allang overprikkeld bent.

Mensen kunnen ook ernstiger problemen langdurig maskeren. Depressieve gevoelens, angst, overspannenheid, eetproblemen, verslaving of andere psychische klachten kunnen voor de buitenwereld lange tijd grotendeels onzichtbaar blijven.

Sommige mensen blijven werken, zorgen, glimlachen en sociaal meedoen terwijl het vanbinnen steeds slechter met ze gaat.

Goed kunnen functioneren aan de buitenkant zegt daarom niet automatisch iets over hoe het vanbinnen met iemand gaat.

Waarom je door maskeren juist minder ondersteuning krijgt

Het wrange is dat maskeren vaak werkt.

Mensen zien niet dat je iets moeilijk vindt. Ze zien niet hoeveel energie iets kost. Ze zien alleen dat het uiteindelijk is gelukt. Daardoor krijg je ook niet de hulp die je nodig hebt.

Wanneer je zegt dat iets moeilijk voor je is, kunnen mensen reageren met: “Maar je kunt het toch?” Of: “De vorige keer lukte het ook.” Ze zien het resultaat, maar niet de prijs die je ervoor hebt betaald.

Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan. Je maskeert om aan de verwachtingen te voldoen. Doordat je eraan lijkt te voldoen, worden de verwachtingen alleen maar hoger. Vervolgens moet je nog harder werken om opnieuw hetzelfde beeld overeind te houden.

Totdat het niet meer gaat.

We zijn gemaakt om op elkaar te leunen

Onze maatschappij legt veel nadruk op zelfstandigheid. Je moet jezelf kunnen redden, je eigen zaken regelen en anderen zo min mogelijk belasten.

Maar mensen zijn helemaal niet gemaakt om alles alleen te kunnen.

We leven juist samen omdat we verschillende kwaliteiten hebben. De één kan iets wat de ander moeilijk vindt. We helpen elkaar, vullen elkaar aan en leunen soms op elkaar. Dat is geen mislukking van zelfstandigheid. Dat is een belangrijk onderdeel van mens-zijn.

Het is dus niet erg wanneer je ergens minder goed in bent. Het is ook niet erg wanneer je ondersteuning nodig hebt, zelfs wanneer je op een ander gebied uitzonderlijk sterk bent.

Toch ervaren veel mensen dat niet zo. Zij hebben geleerd dat ze pas recht hebben op hulp wanneer werkelijk niets meer lukt. Zolang je nog enigszins overeind staat, moet je vooral doorgaan.

Daarmee wachten we vaak totdat iemand uitvalt, terwijl er veel eerder al ondersteuning mogelijk was geweest.

Je hoeft niet honderd procent ongemaskeerd te leven

Het antwoord is niet dat we vanaf nu altijd volledig onszelf moeten zijn en ons nooit meer mogen aanpassen. Dat is niet realistisch.

Iedereen past zich aan. We houden rekening met anderen, vervullen verschillende rollen en laten niet iedere gedachte onmiddellijk zien. Soms is maskeren zelfs een vorm van bescherming. Niet iedere omgeving is veilig genoeg om alles van jezelf te tonen.

Het gaat er daarom niet om dat al het maskeren moet verdwijnen. Het gaat erom dat je leert herkennen dát je het doet.

Waar pas je je bewust en vrijwillig aan? Waar helpt die aanpassing je? En waar ben je jezelf zo sterk aan het corrigeren dat je niet meer weet wat je zelf voelt, wilt en nodig hebt?

Misschien begint herstel niet met onmiddellijk je masker afzetten. Misschien begint het veel kleiner: door voorzichtig te onderzoeken wat zich daaronder bevindt.

Welke vermoeidheid heb je jarenlang genegeerd? Welke teleurstelling mocht er niet zijn? Welke sterke kanten heb je klein gehouden? Waar heb je ondersteuning nodig, ook al vinden anderen dat je het zelf zou moeten kunnen?

En misschien is de belangrijkste vraag uiteindelijk niet hoe je beter kunt blijven meekomen. De vraag is hoe je weer een beetje kunt terugkomen bij jezelf.

Hi, I’m Nicole

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *