Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen uitdagingen die voortkomen uit een uitzonderlijk hoog cognitief niveau en uitdagingen die samenhangen met een scheef profiel en de bijzondere ontwikkeling die daarbij hoort. Niet iedere hoogbegaafde heeft immers zo’n scheef profiel.

Hoogbegaafden kunnen vastlopen doordat zij sneller denken, op hun omgeving vooruitlopen, zich anders uitdrukken of zich onvoldoende begrepen voelen. Scheefbegaafdheid gaat over iets anders: een ongelijk profiel waarin sterke vermogens op het ene gebied samengaan met duidelijke haperingen op andere gebieden.

Scheefbegaafdheid betekent absoluut niet dat iemand niet werkelijk hoogbegaafd is; juist bij zeer en uitzonderlijk hoogbegaafde mensen komen zulke grote verschillen binnen het profiel relatief vaak voor. Het gaat hier dus over hoogbegaafden met een scheef profiel. Dit wordt ook wel een disharmonisch of asynchroon profiel genoemd.

Niet iedere hoogbegaafde is daarom ook scheefbegaafd. Sommige hoogbegaafden functioneren op veel verschillende gebieden sterk en relatief gelijkmatig. Bij anderen zijn de verschillen tussen hun sterke en minder sterke vermogens veel groter. Juist om die laatste groep beter te begrijpen, is het zinvol om scheefbegaafdheid afzonderlijk in kaart te brengen.

Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid wordt doorgaans verbonden aan een IQ van ongeveer 130 of hoger. Daarbij gaat het niet alleen om een hoge score, maar vaak ook om een kenmerkende manier van denken. Hoogbegaafden zien snel verbanden, begrijpen complexe onderwerpen, maken grote denksprongen en leren graag vanuit inzicht. Ze willen niet alleen weten dát iets zo is, maar vooral begrijpen waarom het zo is en hoe alles met elkaar samenhangt.

Die manier van denken kan veel opleveren, maar ook problemen veroorzaken. Wie sneller denkt dan zijn omgeving, loopt gemakkelijk op anderen vooruit. Ideeën kunnen ingewikkelder of verder ontwikkeld zijn dan mensen verwachten. Ook kan een hoogbegaafde zich anders uitdrukken, andere vragen stellen of problemen zien die anderen nog helemaal niet opmerken.

Dat kan tot miscommunicatie leiden. Hoogbegaafden kunnen zich onbegrepen of afwijkend voelen en soms merken dat anderen hun scherpte, intensiteit of kritische blik als bedreigend ervaren. Sommigen gaan zich daardoor aanpassen, kleiner maken of maskeren. Ze laten minder van zichzelf zien, omdat ze hebben geleerd dat hun natuurlijke manier van denken niet altijd goed wordt ontvangen.

Dit zijn uitdagingen die rechtstreeks kunnen voortkomen uit hoogbegaafdheid: uit het feit dat iemand cognitief ver van de norm afwijkt.

Niet iedere hoogbegaafde is scheefbegaafd

Een hoge intelligentie betekent niet automatisch dat iemand op andere gebieden zwakker moet zijn. Het klinkt soms aantrekkelijk om te zeggen dat iedereen sterke én zwakke kanten heeft en dat een uitzonderlijk talent altijd ergens gecompenseerd moet worden. Maar talenten zijn niet zo eerlijk verdeeld.

Mensen die op het ene cognitieve gebied sterk zijn, zijn gemiddeld vaak ook op andere gebieden bovengemiddeld vaardig. Er bestaan dus hoogbegaafden die niet alleen snel en complex denken, maar ook gemakkelijk feiten onthouden, goed automatiseren, routines oppakken en hun ideeën soepel uitvoeren. Zij zijn niet alleen hoogbegaafd, maar ook vrij breed en gelijkmatig begaafd.

Daarnaast bestaat er een groep hoogbegaafden met een veel grilliger profiel. Zij hebben duidelijke pieken op sommige gebieden en opvallende dalen op andere. Zo’n profiel wordt ook wel asynchroon of disharmonisch genoemd. Voor deze ongelijk verdeelde begaafdheid gebruik ik de term scheefbegaafdheid.

Wanneer begrijpen en automatiseren uit elkaar lopen

Een veelvoorkomende vorm van scheefbegaafdheid is een combinatie van sterke conceptuele vermogens en moeite met automatiseren.

Iemand kan dan ingewikkelde ideeën snel doorgronden, maar moeite hebben met woordjes stampen, namen onthouden, losse feiten paraat krijgen of routines laten inslijten. De persoon begrijpt de structuur en de betekenis, maar informatie zonder duidelijke samenhang blijft minder gemakkelijk hangen.

Daardoor kan een opvallende tegenstelling ontstaan. Wat voor anderen moeilijk is, kan voor deze persoon juist gemakkelijk zijn. Tegelijkertijd kan iets wat voor anderen vanzelf gaat telkens opnieuw denkwerk vragen.

Iemand begrijpt bijvoorbeeld een ingewikkelde theorie binnen korte tijd, maar vergeet steeds welke simpele stappen nodig zijn om een programma te openen of een administratieve handeling uit te voeren. Niet omdat die persoon de handeling niet begrijpt, maar omdat het proces niet vanzelf automatiseert.

Dat verschil tussen begrijpen en uitvoeren kan bijzonder frustrerend zijn. De persoon weet dat hij veel kan, maar krijgt zijn kennis niet altijd even soepel naar buiten. Daardoor kunnen prestaties sterk wisselen. Op het ene moment laat iemand uitzonderlijke denkkracht zien, terwijl hij op een ander moment struikelt over iets wat eenvoudig lijkt.

Dit komt bijvoorbeeld voor bij de combinatie van hoogbegaafdheid en DCD, waarbij snel en complex denken kan samengaan met een tragere of moeizamere uitvoering. In mijn artikel DCD en hoogbegaafdheid: snel denken, trage uitvoering ga ik daar uitgebreider op in.

Compensatie maakt de scheefheid onzichtbaar

Veel scheefbegaafde mensen vangen hun haperingen op met inzicht, logica en denkkracht. Wat niet automatisch beschikbaar komt, bedenken zij telkens opnieuw.

Dat kan lange tijd heel goed werken. Iemand ontwikkelt slimme omwegen, reconstrueert ontbrekende stappen en gebruikt begrip om problemen met geheugen, automatisering of uitvoering te compenseren. Het resultaat is vaak goed genoeg om de moeilijkheid voor anderen onzichtbaar te houden.

Maar deze manier van functioneren kost veel energie. De buitenwereld ziet vooral wat iemand uiteindelijk voor elkaar krijgt en niet hoeveel bewust denkwerk daarvoor nodig was. Daardoor blijft de scheefheid soms jarenlang onopgemerkt.

De omgeving kan denken dat iemand slordig is, onvoldoende oefent of zich gewoon beter moet concentreren. De persoon zelf begrijpt ondertussen niet waarom hij complexe vraagstukken aankan, maar over ogenschijnlijk eenvoudige zaken blijft struikelen.

Dat kan leiden tot frustratie, uitputting en miskenning. Zeker wanneer iemand voortdurend wordt beoordeeld op de gebieden waarop hij hapert, terwijl zijn bijzondere denkkracht nauwelijks wordt gezien.

Twee verschillende soorten uitdagingen

Hoogbegaafdheid en scheefbegaafdheid kunnen dus allebei voor problemen zorgen, maar niet op precies dezelfde manier.

Bij hoogbegaafdheid kunnen moeilijkheden ontstaan doordat iemand sneller, dieper of verder denkt dan zijn omgeving. De persoon wijkt af van de norm en loopt daardoor tegen onbegrip, eenzaamheid, aanpassing of conflicten aan.

Bij scheefbegaafdheid zit de uitdaging daarnaast in de verschillen binnen de persoon zelf. Sterke conceptuele vermogens gaan dan samen met vaardigheden die minder vanzelfsprekend ontwikkeld zijn. De persoon kan veel begrijpen, maar niet alles even gemakkelijk onthouden, automatiseren, organiseren of uitvoeren.

Die twee vormen kunnen naast elkaar bestaan en elkaar versterken. Maar het is belangrijk om ze niet volledig op één hoop te gooien. Niet iedere hoogbegaafde heeft moeite met routines of automatiseren. En niet iedere hapering is simpelweg een gevolg van snel of complex denken.

Door het onderscheid te maken, kunnen mensen veel nauwkeuriger begrijpen waar hun sterke kanten én hun moeilijkheden vandaan komen.

Er bestaan meerdere vormen van scheefbegaafdheid

Het diagram richt zich vooral op scheefbegaafdheid waarbij sterke conceptuele vermogens samengaan met moeite met automatiseren en uitvoeren. Dat is een veelvoorkomende en herkenbare vorm, maar niet de enige.

Er zijn bijvoorbeeld ook hoogbegaafden die cognitief bijzonder sterk zijn, maar moeite hebben met motoriek, lezen, aandacht, planning of sociale communicatie. Zulke profielen kunnen overlap vertonen met dyslexie, ADHD, DCD of autisme, maar dat hoeft niet te betekenen dat iemand automatisch een van deze diagnoses heeft.

Scheefbegaafdheid is dan ook geen diagnose. Het is een manier om verschillen binnen iemands functioneren zichtbaar te maken. Het helpt om te begrijpen waarom iemand op het ene gebied uitzonderlijk sterk kan zijn en op een ander gebied veel ondersteuning of bewuste inspanning nodig heeft.

Niemand is volledig egaal of volledig scheef. Iemand kan hoogbegaafd zijn en daarnaast in meer of mindere mate een scheef profiel hebben. Door dat profiel serieus te nemen, ontstaat een completer beeld van de persoon: niet alleen van wat moeilijk gaat, maar juist ook van de bijzondere denkkracht waarmee veel van die moeilijkheden jarenlang zijn opgevangen.

Ik begrijp het moeilijke vaak snel. Wat vanzelf zou moeten gaan, moet ik soms telkens opnieuw bedenken.

Hi, I’m Nicole

One Comment

  1. Wat een mooi artikel en zo herkenbaar. Scheefbegaafdheid mooi omschreven. Ik herken er wel veel in en ik denk dat het de twice exceptional ook goed dekt. Scheefbegaafdheid gaat zeker in mijn vocabulaire?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *