Maatwerkdiploma: waarom het tijd is voor het ‘automaat-diploma’ in het onderwijs.

Vakbekwaamheid is niet hetzelfde als foutloosheid
Een student kan inhoudelijk sterk zijn, veel aanleg hebben voor het vak en op belangrijke onderdelen zelfs boven het niveau van de opleiding uitstijgen. Toch kan één terugkerend knelpunt genoeg zijn om het diploma buiten bereik te houden. Zou een maatwerkdiploma ruimte kunnen bieden aan zulke verschillen, zonder dat een opleiding haar niveau of de waarde van het diploma hoeft los te laten?
Dan staat er veel op het spel. Talent blijft onbenut, motivatie raakt uitgeput en iemand die werkelijk iets te bieden heeft, komt niet verder omdat één onderdeel zwaarder weegt dan alles wat diegene wél beheerst. Heeft een opleiding niet de plicht om de student hierin te ondersteunen? Misschien zelfs een beetje tegemoet te komen?
Voor een opleiding ligt er echter meer op tafel dan de toekomst van die ene student. Met ieder diploma geeft zij een kwaliteitsgarantie af. Werkgevers, vervolgopleidingen en de samenleving moeten erop kunnen vertrouwen dat iemand die deze opleiding heeft afgerond over bepaalde kennis en vaardigheden beschikt.
Die verantwoordelijkheid weegt zwaar. Zodra een opleiding niet meer helder kan verantwoorden welk niveau haar afgestudeerden hebben bereikt, verliest niet alleen het nieuwe diploma aan betekenis. Ook de waarde van eerder uitgereikte diploma’s kan daardoor onder druk komen te staan.
Daar zit precies de moeilijkheid. Hoe voorkom je dat een sterke student door één hardnekkig knelpunt volledig wordt buitengesloten, zonder dat het diploma zijn betekenis als betrouwbare kwalificatie verliest?
We accepteren dit principe allang
Buiten het onderwijs hebben we voor precies dit probleem al een heldere oplossing gevonden.
Wie afrijdt in een automaat, krijgt gewoon een rijbewijs. Die persoon heeft bewezen veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen, situaties te kunnen overzien en verantwoord te kunnen handelen. Alleen het schakelen wordt door de auto overgenomen. Daarom geldt er een duidelijke voorwaarde: deze bestuurder rijdt in een automaat.
Dat maakt diegene niet tot een halve automobilist. De essentiële vaardigheden zijn aangetoond. Er wordt alleen niet gedaan alsof ieder onderdeel op precies dezelfde manier wordt uitgevoerd.
Het principe is eenvoudig: iemand krijgt een volwaardige bevoegdheid, waarbij duidelijk is onder welke omstandigheden diegene verantwoord functioneert.
In het onderwijs kennen we die mogelijkheid nauwelijks.
Daar geldt meestal een veel grovere scheiding. Je voldoet aan alle eisen zoals ze zijn vastgelegd en krijgt het diploma, of je voldoet er niet aan en krijgt het diploma niet. Ook wanneer iemand de kern van het vak beheerst, kan één blijvend knelpunt het volledige eindresultaat blokkeren.
Waarom zou een diploma niet op dezelfde manier kunnen werken als een rijbewijs voor een automaat?
Stel dat iemand de inhoud van een vak uitstekend beheerst, maar blijvend ondersteuning nodig heeft bij het schrijven van verslagen. Misschien gebruikt diegene spraaksoftware, kunstmatige intelligentie of een vast redactieproces. De inhoudelijke analyse, de professionele afwegingen en de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat blijven bij de afgestudeerde. Alleen een deel van de uitvoering wordt ondersteund.
Moet zo iemand dan worden afgewezen omdat die niet alles op de gebruikelijke manier kan? Of kan het diploma vastleggen dat iemand het vereiste niveau beheerst, mits bepaalde hulpmiddelen of werkafspraken beschikbaar zijn?
Dat is wat ik bedoel met een diploma met een automaat: een volwaardige kwalificatie, met een heldere omschrijving van de manier waarop iemand het beroep betrouwbaar kan uitoefenen.
Een maatwerkdiploma met duidelijke grenzen
Voor zo’n diploma bestaat al een bruikbaar woord: maatwerkdiploma.
Daarmee bedoel ik niet dat iedere student zelf mag bepalen welke eisen wel en niet gelden. Het maatwerk zit ook niet in het naar beneden bijstellen van het niveau. Een maatwerkdiploma zou juist preciezer vastleggen wat iemand heeft aangetoond, welke kernvaardigheden worden beheerst en welke hulpmiddelen of vaste werkafspraken onderdeel zijn van het professionele functioneren.
De opleiding blijft dus verantwoordelijk voor de kwaliteit. Zij moet kunnen uitleggen waarom iemand geschikt is voor het vak en waarom de gebruikte ondersteuning daar niets wezenlijks aan afdoet.
Het maatwerkdiploma maakt alleen zichtbaar dat hetzelfde professionele niveau niet altijd op precies dezelfde manier wordt bereikt.
Wat moet iemand werkelijk zelf kunnen?
Niet iedere essentiële vaardigheid kan door een hulpmiddel of een andere persoon worden overgenomen. Een chirurg die niet veilig kan opereren, wordt geen chirurg omdat iemand anders het snijwerk uitvoert. Sommige vaardigheden vormen werkelijk de kern van een beroep.
Maar lang niet iedere opleidingseis is zo fundamenteel.
Sommige eisen zijn een middel geworden dat we zijn gaan behandelen alsof het een doel is. Een verslag schrijven kan bedoeld zijn om aan te tonen dat iemand informatie kan verzamelen, ordenen, analyseren en overdragen. Zodra het zelfstandig produceren van foutloze geschreven tekst de doorslag geeft, toetsen we echter meer dan alleen de inhoudelijke bekwaamheid. We toetsen ook of iemand de uitvoeringsvorm beheerst waaraan wij gewend zijn geraakt.
Dat onderscheid moeten opleidingen veel scherper durven maken.
Wat moet iemand werkelijk zelf kunnen om het beroep verantwoord uit te oefenen? Wat mag door technologie worden ondersteund? Welke taken kunnen binnen een team worden verdeeld? En welke moeilijkheden maken iemand daadwerkelijk ongeschikt voor het beroep?
Die vragen worden steeds relevanter. In het dagelijks werk gebruikt vrijwel niemand uitsluitend zijn eigen, onondersteunde vaardigheden. We werken met software, formats, collega’s, agenda’s, controlesystemen en kunstmatige intelligentie. We richten functies in rond specialismen en verdelen taken op basis van aanleg en ervaring.
Toch doen opleidingen bij de diplomering soms nog alsof een professional alles zelfstandig, op dezelfde manier en onder dezelfde omstandigheden moet kunnen.
Wat bestaat er al?
De gedachte achter een maatwerkdiploma komt niet uit het niets. In het onderwijs bestaan al aangepaste toetsvormen en hulpmiddelen. Daarnaast zijn er deelcertificaten, praktijkverklaringen, microcredentials en vaardighedenpaspoorten waarmee specifieker kan worden vastgelegd wat iemand beheerst.
Toch blijft het systeem grofweg uitgaan van twee mogelijkheden: iemand voldoet aan alle eindkwalificaties en krijgt het diploma, of iemand krijgt een beperkter bewijs van de onderdelen die wel zijn behaald.
Wat nog ontbreekt, is de combinatie: een volwaardig diploma voor iemand die de kern van het vak beheerst, met daarbij een duidelijke beschrijving van de hulpmiddelen of structurele werkafspraken waarmee diegene dat niveau in de praktijk bereikt.
De onderdelen bestaan. De samenhangende oplossing nog niet. Waarom eigenlijk niet?
Waar kan een maatwerkdiploma op vastlopen?
Een eerste probleem is het vaststellen van de kern van een beroep. Opleidingen moeten precies kunnen uitleggen welke vaardigheden onmisbaar zijn en welke onderdelen op een andere manier mogen worden uitgevoerd. Als dat onderscheid niet scherp wordt gemaakt, kan de betekenis van het diploma inderdaad vervagen.
Ook moet een maatwerkdiploma begrijpelijk blijven voor werkgevers en vervolgopleidingen. Wanneer iedere opleiding haar eigen termen, voorwaarden en uitzonderingen bedenkt, ontstaat een onoverzichtelijk systeem waarin niemand meer precies weet wat een diploma garandeert.
Daarnaast kan informatie over ondersteuning tegen de afgestudeerde worden gebruikt. Wat bedoeld is als professionele gebruiksaanwijzing, kan veranderen in een waarschuwingsetiket. Een maatwerkdiploma mag daarom geen medisch dossier of opsomming van gebreken worden.
Wat zou er dan op moeten staan?
Een maatwerkdiploma hoeft niet te vermelden welke diagnose iemand heeft of waarin iemand tekortschiet. Het kan beschrijven welke manier van werken is getoetst. Bijvoorbeeld:
De afgestudeerde levert schriftelijke rapportages op het vereiste niveau met behulp van taalondersteunende technologie en een vast revisieproces.
Daarmee garandeert de opleiding nog steeds de kwaliteit van het eindresultaat. Zij doet alleen niet langer alsof iedereen dat resultaat via precies dezelfde werkwijze moet bereiken.
Een goed systeem zou bovendien niet uitsluitend aandacht moeten besteden aan de benodigde ondersteuning. Juist bij scheefbegaafdheid horen de uitzonderlijk sterke kanten evenzeer bij het professionele profiel. Iemand kan op een bepaald gebied ondersteuning nodig hebben en op een ander gebied iets bijdragen wat veel andere afgestudeerden niet kunnen.
Een diploma hoeft daarom niet te suggereren dat iedere afgestudeerde ongeveer hetzelfde profiel heeft. Het kan garanderen dat iemand de kern van het vak beheerst en tegelijk nauwkeuriger laten zien waar diegene het sterkst inzetbaar is en welke omstandigheden daarvoor nodig zijn.
Dat maakt een diploma niet minder betrouwbaar. Het maakt het nauwkeuriger.
Waar is dit al werkelijk geprobeerd?
Ik beweer niet dat een maatwerkdiploma eenvoudig in te voeren is. Ik ben juist benieuwd naar ervaringen die laten zien waar het in de praktijk misgaat.
Heeft een opleiding iets vergelijkbaars geprobeerd en bleek het onuitvoerbaar? Bleek een vaardigheid waarvan men dacht dat die kon worden ondersteund toch onmisbaar? Raakten werkgevers het vertrouwen in het diploma kwijt? Werden afgestudeerden door de aanvullende informatie gestigmatiseerd? Of liepen opleidingen vast op wetgeving, financiering of kwaliteitsbewaking?
Dat zijn argumenten waarmee we verder kunnen. Ze kunnen helpen om het idee te verbeteren, scherp te begrenzen of op onderdelen te herzien.
Maar zolang gemotiveerde en bekwame mensen buiten een opleiding of beroep blijven doordat zij op één hardnekkig onderdeel niet binnen de voorgeschreven vorm passen, is “zo doen we het nu eenmaal” geen voldoende antwoord.
Misschien hoeven we de lat niet lager te leggen, maar wordt het tijd om nauwkeuriger te bepalen wat die lat werkelijk behoort te meten.passen, is “zo doen we het nu eenmaal” geen voldoende antwoord.
Misschien hoeven we de lat niet lager te leggen, maar wordt het tijd om nauwkeuriger te bepalen wat die lat werkelijk behoort te meten.